RES ANTIQVAE
Opzet
Programma-overzicht 2011
Programmaoverzicht 2012
eerstvolgende muziekmiddagen
Thomas Arne
carl reinecke, biografie
Zagwijn in de contekst van zijn tijd
Chopin en de Antillen
virtuositeit in de 19e eeuw
musicalisches opfer
Goldberg-canons
Pianotrio 1750-1800
weihnachtsoratorium
Pablo Bruna
archief
carl reinecke, undine
 

Tijdens de 129e  Geervlietse Muziekmiddag wordt aandacht besteed aan Carl Reinecke. Met het oog daarop het volgende artikel :

De sonate voor fluit en piano in e kleine terts  op. 167, "Undine", van Carl Reinecke (1824-1910)

Carl Reinecke’s sonate in e klein opus 167 is gebaseerd op het Duitse romantische verhaal dat gevonden wordt in de 19e eeuwse roman Undine. Dit werk, geschreven door Friedrich de la  Motte Fouqué  in 1811, maakte grote indruk op het lezerspubliek en het is niet te verwonderen dat het verhaal een inspiratiebron vormde voor muziek, ballet, toneelstukken en poëzie.

Centraal in het verhaal staat de watergeest Undine, dochter van de Zeekoning. Maagden van de zee zijn sympathieker en leven langer dan sterfelijke meisjes. Ze leven in vrede in kristallen paleizen  onder de golven. Het enige dat watergeesten missen en waarnaar ook Undine verlangt, is een onsterfelijke ziel. De enige manier waarop een watergeest de onsterfelijkheid kan verwerven is door zich in liefde te verenigen met een sterveling.

Het eerste deel van de sonate verbeeldt Undine in haar onderwaterwereld. Diep gemurmel en geklater van water aan de oppervlakte vormt de omgeving van een melodie die Undine’s verlangen naar een ziel weergeeft. Undine verlaat het water-rijk, gaat op zoek naar liefde met een sterveling en wordt als kind op het strand ontdekt door een visser en zijn vrouw. Beiden voeden Undine op als een eigen dochter hoewel ze verbaasd staan over haar onverklaarbare gedrag en haar ondeugdendheid.

Het tweede deel schildert in tonen het beeld van Undine’s leven bij haar pleegouders. Het begint met een muzikale wedloop tussen fluit en piano die lijkt tot rust te komen wanneer de fluit ‘toegeeft’ om pal daarop weer te beginnen op dezelfde onvoorspelbare manier. De solopassage van de piano kan misschien worden geïnterpreteerd als de verbazing en acceptatie van Undine’s pleegouders  bij haar  impulsieve acties.

Mettertijd vindt Undine haar liefde wanneer ze ridder Hulbrand ontmoet die bij haar en haar ouders een schuilplaats zoekt voor een vliegende storm. De gevoelens zijn wederzijds en ze trouwen. Het wonder van het ontwaken van Undine’s liefde klinkt op uit de ontspannen fluitmelodie die voorafgaat aan de energie-uitbarsting aan het eind van dit deel.

De dag na de huwelijksnacht bekent Undine aan haar nieuwe echtgenoot dat ze een watergeest is en dankt hem voor de gift die hij haar  zonder dat te weten heeft gegeven door het huwelijk. Ze stelt voor hem van het huwelijk te bevrijden als hij dat kiest. Hulbrand zweert oneindige liefde en trouw aan Undine en ze beginnen samen een leven van tevredenheid. Het mooie andante laat zich goed koppelen aan dit gedeelte van het verhaal. Na korte tijd wordt Undine bezocht door haar oom Kuhleborn, die mannen wantrouwt en haar wil waarschuwen. Terwijl hij zichzelf aanwijst als bewaker van Undine’s eer, vertelt hij Undine, dat, mocht Hulbrand ooit zijn  hand of stem tegen haar verheffen, de trots van de watergeesten het niet zou toelaten dat ze bij hem zou blijven wonen. Als zijn liefde tot haar minder zou worden, dan zou hij moeten sterven. Deze bedreiging klinkt door in een stroom van tonen die tegen het eind van het derde deel is te horen, voordat het deel weer rustig eindigt.

In de goedheid van haar hart en bij gebrek aan mensenkennis beschouwt Undine de vroegere verloofde van Hulbrand, Berthalda, een berekenende en arrogante vrouw, als beste vriendin. Hulbrand en Undine begeven zich naar het ridderkasteel Ringstettin en ze laten Berthalda inwonen als  huisvriendin. Hulbrand voelt zich steeds ongemakkelijker bij de onwerkelijke goedheid van zijn vrouw en haar omgang met de watergeesten en hij wordt uiteindelijk toegetrokken naar zijn eerste liefde. Opgehitst door Berthalda verliest Hulbrand zijn geduld bij Undine. Ze wordt gedwongen terug te keren naar het leven in de zee. Hulbrand wendt zich om troost tot Berthalda en stemt er uiteindelijk in toe met haar te trouwen.

Het laatste deel van de sonate is het meest dramatische en verbeeldt het razen en tieren van Hulbrand, Undine’s vergeefse verweer en de woede en wraak van de watergeesten. Ondanks haar wanhopige kreten moet Undine zelf het instrument van Hulbrand’s straf worden. Bij de bruiloft van Hulbrand en Berthalda verschijnt een bedroefde Undine en geeft Hulbrand een dodelijke kus. Bij de begrafenis van de ridder sluit Undine zich bij de rouwenden aan. Dan verdwijnt ze en in haar plaats verschijnt een waterbron vanwaar uit twee smalle waterstromen het nieuwe graf omkransen. De terugkeer van het liefdesthema dat eerder al gebruikt was voor de liefde die Undine aanvankelijk voor haar echtgenoot voelde, vormt een vredige afsluiting van deze sonate.

Informatie over Reinecke :

 

 http://carl-reinecke.de

 
 
 
 
 
 

Welkom
klassieke muziek
Geervlietse Muziekmiddagen
activiteiten Stichting Cultureel Geervliet
Klassieke Talen
Fotogalerij
actueel
Favoriete links
muziek en kunst
muziek en letteren