RES ANTIQVAE
Opzet
Programma-overzicht 2011
Programmaoverzicht 2012
eerstvolgende muziekmiddagen
Thomas Arne
carl reinecke, biografie
carl reinecke, undine
Zagwijn in de contekst van zijn tijd
Chopin en de Antillen
virtuositeit in de 19e eeuw
musicalisches opfer
Goldberg-canons
Pianotrio 1750-1800
weihnachtsoratorium
archief
Pablo Bruna
Tijdens de 144e Geervlietse Muziekmiddag op zondag 13 november 2011 sprak Lyda van Baak over Het Spaanse Orgel en Pablo Bruna. De tekst van haar lezing volgt hieronder :
                    

Er is nog veel te weinig onderzoek gedaan naar het gebruik van orgels in de middeleeuwen en daardoor is er ook nog niet zo heel veel bekend uit die vroege periode. Een zeer populair instrument in die tijd was het portatief. De naam is afgeleid van het latijnse woord portare=dragen. Een portatief is een pijporgeltje dat tijdens de renaissance vooral in de wereldlijke muziek werd gebruikt door o.a. minstreels, (trouvères in Noord Frankrijk en troubadours uit Occitanië – Zuid-Frankrijk). Er waren zelfs vrouwelijke troubadours en die heetten merkwaardig genoeg trobairitz. Het woord troubadour is een afleiding van het occitaanse woord trobar = vinden en vooral de troubadours zijn van groot belang geweest voor de ontwikkeling van het moderne Frans. Naast de reeds bestaande eenvoudige versies van het huidige kerkorgel ontwikkelde zich dus het portatief, dit orgeltje bestaat uit een serie fluitpijpen, het toetswerk wordt bespeeld  met de rechterhand  en met de linkerhand wordt de blaasbalg te bediend..Het instrument heeft geen windkast dus als de blaagbalg niet wordt bediend is er geen geluid. Om het zo draagbaar mogelijk te houden is het eenvoudig gebouwd. De pijpen zijn op een kleine windlade gemonteerd die door één of twee kleine blaasbalgjes wordt aangedreven. In de 20e eeuw werd dit orgeltje herontdekt en het werd ingezet bij diverse uitvoeringen van middeleeuwse werken en werken uit de renaissance waarbij authentieke instrumenten worden gebruikt.

 

***

 

Een ander zeer veel gebruikt instrument was het positief, dit pijporgeltje kon eveneens gedragen worden maar om het te kunnen bespelen moest het neergezet worden, Een ander groot nadeel was dat er altijd een tweede persoon nodig was om de blaasbalgen te bedienen, deze hulpkrachten werden calcanten genoemd.

 

***

 

                                              

Ook in kerken ging men ook gebruik maken van portatiefjes en mede daardoor kon het orgel zich ontwikkelen tot de veel grotere kerkorgels zoals bij de huidige erediensten worden gebruikt. In Spanje vond deze ontwikkeling al in een heel vroeg stadium plaats en op veel plaatsen in Aragon verschijnen deze orgels. In 1406 vinden we er één in de San Domingo in Daroca. Er kwamen steeds meer orgelbouwers waarvan sommige grote bekendheid kregen, om een paar namen te noemen, Pascual van der Mallen bouwt in 1488 een orgel voor de Santa Maria in Daroca en de Moorse broers Moferriz waren beroemd vanwege hun klavecimbels en orgels. Ook buitenlandse orgelbouwers waren werkzaam in Aragon. Zij leverden zelfs aan hoge geestelijkheid en koningen en muntten uit door groot vakmanschap en het gebruik van kwalitatief hoogwaardige materialen.

*** 

                                                   

In de 15e eeuw waren de orgels voorzien van drie of hooguit 4 registers maar er werden steeds nieuwe ontdekkingen gedaan. Guillaume de Lupe en zijn 2 zonen brachten de Aragonese orgelbouw pas echt op een zeer hoog peil. Rond 1665 breidden zij het register uit met nieuwe mixturen of dulcianen.

 

***

 

                                              

 

 

Vanaf de 17e eeuw worden ook grotere instrumenten gebouwd. Onder invloed van de Nederlandse en Franse orgelbouw werd een compleet fluitenkoor met vulstemmen gebouwd en in de tweede helft van de 17e eeuw werden ook tongwerken steeds populairder en dit nam zelfs grote vormen aan. Vaak werd en in grotere orgels een aparte lade aangebracht waarop enkele tongwerken stonden. De pijpen werden dikwijls horizontaal geplaatst en dit werd bij uitstek het kenmerk van Spaanse orgels. Deze tongwerken “en chamade” omvatten gewoonlijk trompetten en andere tongwerken. Ook hiervan ziet u nu enkele afbeeldingen en ook buiten Spanje komt men soms hele mooie chamades tegen o.a. in de Laurenskerk in Rotterdam staat een transeptorgel dat  na de oorlog gebouwd door de Deense orgelbouwers Marcussen & Son. Dit orgel is voorzien van chamades en geniet internationale bekendheid.

 

***

 

 

In het begin van de 17e eeuw was de Spaanse orgelmuziek vooral geënt op de gezangen van de liturgie. Deze dienden vaak als cantus firmus voor de polyfone fantasie. Ook ontstond in die periode de zog. tiento of  tento, een streng en zeer ingewikkeld orgelpunt. Vooral Pablo Bruna heeft veel tiento’s gecomponeerd. Bekend en ook bijzonder geliefd was de batalla, dit was zoals de naam al zegt een strijdlustig bravourwerk waarin vooral de tongwerken goed  konden schitteren. Juan Bautista Cabanilles die leefde van 1644 tot 1712 was de onbetwiste grootmeester van de Spaanse orgelmuziek uit die periode.

 

                                                          

 

Vaak werden in de Spaanse kerken twee orgels tegenover elkaar geplaatst.

 

                                              

***

 

Tot slot van mijn verhaal wil ik nog even ingaan op de persoon van Pablo Bruna. Op 22 juni 1611 werd Pablo Bruna gedoopt dus hij zal waarschijnlijk kort daarvoor geboren zijn.

Op vijfjarige leeftijd werd hij blind ten gevolge van een ziekte. Daaraan dankt hij zijn bijnaam “De blinde man van Daroca – El ciego de Daroca”. Of dat allemaal nog niet genoeg was heeft hij ook nog een aanval van pokken moeten doorstaan. Ondanks zijn handicaps werd hij een beroemde organist en zanger. Hij liet dan ook een omvangrijk oeuvre na.

 

Daroca is een stad met veel prachtige kerken met beroemde en prachtige orgels Ook is er een beroemd museum te vinden met vele kunstschatten op allerlei gebied. Een dergelijke omgeving is natuurlijk uitermate geschikt voor de ontwikkeling van een aanstormend muzikaal talent.

 

Op zijn 16e jaar werd Pablo benoemd tot organist aan de Colegial in zijn woonplaats maar men weigerde hem een goed salaris te betalen vanwege zijn jeugdige leeftijd.

Ook andere steden begonnen belangstelling te krijgen voor Pablo en in 1639 werd hem gevraagd of hij organist wilde worden aan de Pilarkerk in Zaragoza. Men wilde hem in Daroca echter niet kwijt en de kanunniken van het Colegial verhoogden uit eigen zak zijn honorarium.Als laatste afbeelding ziet u hier het orgel van Daroca en op dit orgel heeft Pablo Bruna zelf gespeeld.

 

 

In het jaar 1669 werd hij er benoemd als koordirigent en deze functies heeft hij bekleed tot aan zijn dood op 27 juni 1679. Zijn leerling en neef Diego Xanabo werd 2e organist Pablo Bruna was tevens  een uitmuntend zanger een bekwaam leraar en hij heeft vele Spaanse beroemdheden de eerste beginselen van de muziek bijgebracht. Eén van zijn meest geliefde leerlingen was zijn al eerder genoemde neef Diego Xarabo. Pablo Bruna heeft een aantal tiento’s voor het orgel gecomponeerd en daarnaast enkele werken voor liturgisch gebruik en een Battalla.

 

***

 

                                                          

 


Welkom
klassieke muziek
Geervlietse Muziekmiddagen
activiteiten Stichting Cultureel Geervliet
Klassieke Talen
Fotogalerij
actueel
Favoriete links
muziek en kunst
muziek en letteren